Wie denk je wel dat je bent?

Nee, ik ben niet mijn naam. Het is een reflex geworden om Roxanne te zeggen als ik mij voorstel, terwijl er honderden anderen zijn die ook zo heten. Nee, ik ben niet mijn lichaam. Ik zou nog altijd hetzelfde zijn zonder linkerarm of lever. Ben ik dan mijn brein? De kans is klein dat je enthousiast je hand zou opsteken een begroeting zou roepen als je mijn hersenen op een kale laboratoriumtafel zou zien liggen. Ja, ik besta in mijn gedachten. De stem in mijn hoofd bepaalt wie ik ben. En toch bewijst niets dat mijn gedachten echt waar zijn, of alleen van mij. Mijn gedachten zijn al miljoenen keren door iemand anders gedacht. Gedachten zijn dus niets persoonlijks. Van de prehistorie tot nu dachten mensen in grote lijnen hetzelfde. Wie was eerst? Ik gok op Eva. 

Op mijn verjaardag wachtte ik op een bericht van mijn vriend. Om twaalf uur ’s nachts belde hij om ‘Lang zal ze leven’ te zingen, hoorde ik niets meer van hem. Verjaardagen zijn bij hem thuis niet echt big deal, terwijl de jarige in mijn gezin centraal staat. Als zelfs gewoontes rond verjaren een stukje van mijn identeit bepalen, wat dan nog meer? 

Ik groeide op met een gedisciplineerde moeder die gezond eet, geen alcohol drinkt en op tijd gaat slapen. Een levensstijl die voor mij nu bijna even natuurlijk voelt als praten. Mijn vader leeft voor zijn werk en vecht tot hij krijgt wat hij wil. Als ik mezelf omschrijf staan gedisciplineerd, perfectionistisch, workaholic en vastberaden bovenaan mijn lijstje. 

Ben ik dan ik een optelsom van mijn naam, gewoontes, dromen, passies, herinneringen, verdiensten, opvattingen, gedachten en omgeving? We denken allemaal dat zelfbewustzijn iets hyperindividueels is, maar het is eerst en vooral een sociale constructie. Wie ik denk te zijn is dus aangeleerd. Een som van mijn opvoeding, de invloed van leraars, vrienden en de waarden van de maatschappij. Als ik was opgegroeid in een gezin dat verjaardagen niet zo belangrijk vond, hadden mijn vriend en ik vast geen ruzie gekregen. 

Identiteitsidealen komen en gaan. Nu moet iedereen die ook maar iets wil betekenen in het Instagramwereldje een kont hebben zoals de Kardashians. Dat terwijl vrouwen zo’n dertig jaar geleden zouden hebben gemoord voor het smalle achterwerk van Kate Moss. We streven met z’n allen naar een identiteit, een norm die niet haalbaar is en dat ook nooit zal worden. 

De prehistorische mens eerde de Moeder, de Grieken Zeus en de Germanen Thor. In de middeleeuwen was een atheïst ondenkbaar en vandaag kan je als westerling boeddhist zijn en toch elke week gaan feesten. Door onze moderne technologie maken we binnenkort uitstapjes naar Mars en met onze iPhones onderhouden we vriendschappen met mensen uit Japan alsof het buren zijn. 

Weet jij wie je dan bent? Ik in elk geval niet. Ik weet wel wat ik niet ben: al het bovengaande. Wanneer we iets weten, weten we het gewoon. Dan stellen we ons de vraag niet of het klopt. Als je valt, voel je pijn. Je gaat niet eerst vijf minuten nadenken over de aard van pijn. Je plakt gewoon een pleister op de wonde of gaat naar de dokter. We weten niet wie we zijn. Om dat besef te verdoezelen maken we onszelf allerlei dingen wijs. En voor die dingen vechten we soms tot de dood. 

Of toch. Misschien is er wel iets dat we zeker kunnen weten over onszelf: we zijn. Wanneer alles wat je hebt, weet en bent van je wordt weggenomen, ben je nog altijd. Is dat geen geweldig nieuws? 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s