Ohana

Het is gek hoe iets dat er gisteren nog was, er morgen niet meer kan zijn. Hoe iets dat net nog voor je stond, plots verdwenen is. Zoals een vliegje dat je doodknijpt, of je huisdier dat van de ene op de andere dag sterft.

Afgelopen week brak er een brand bij ons uit. Mama belde me op mijn werk, zei dat ik best kon gaan zitten: ons huis stond in brand. Op één van de twee konijnen en de kat na, waren alle dieren en mensen veilig. Mijn kamer en atelier zouden het daarentegen niet overleven. Ik zag mijn dozen met brieven, fotoboeken en herinneringen al in gedachten opbranden. Al mijn boeken, planten, kleren, mijn lievelingsknuffel, bed, tekeningen, schildermateriaal en schriftjes met schrijfsels. In mijn hoofd was alles al verdwenen.
Tranen welden op in mijn ogen, ik maakte me zorgen om de kat die niemand had gezien en het verloren konijn.
Zo snel ik kon reed ik naar huis. De geur van rook was al van ver te ruiken, onze straat was afgesloten en politiemannen en brandweerauto’s waren er in overvloed.

Toen het vuur geblust was en het gevaar geweken, mocht ik het huis zien. Langzaam liep ik naar de achterkant van het gebouw, richting mijn kamer. Tot mijn grote verbazing was die er nog, helemaal intact. Door een inschattingsfout van de politie hadden wij verkeerde informatie doorgekregen: het woongedeelte van ons huis was onaangetast gebleven, alleen de hele achterflank van de bijbouw, het bijhorend terras, een stuk van de tuin, de zwembadinstallatie, het tuinhuis en dat van de buren waren in vlammen opgegaan.

Toen alle toeschouwers en hulpdiensten waren vertrokken, bleven alleen mijn gezin en ik over. Ik was volop in de weer met het bluswater weg te poetsen toen ik een zacht gejammer hoorde.
Ik liet de aftrekker meteen vallen en liep op het geluid af. Een verschroeide, door brandwonden toegetakelde versie van wat onze kat Sandy ooit was lag in mijn vaders armen te mauwen.

Mijn hart brak. Voor ik het wist stroomden de tranen over mijn wangen. Mijn zus kwam aangelopen met een draagbaar mandje en mijn autosleutels. Ik veegde mijn tranen weg en reed zo snel ik kon naar de eerste dierenarts die ik wist zijn, maar het was zondag dus was er niemand thuis.
Paniekerig reden we naar een gespecialiseerde dierenkliniek in de buurt, waar per toeval een dierenarts aanwezig was. Sandy kreeg meteen een verdoving toegediend en werd aan de beademing gelegd. Niet wetende of ze het zou overleven of niet, gingen we ’s avonds weer naar huis. De volgende dag zouden er platen worden gemaakt van haar longen, om na te gaan of haar longblaasjes nog intact waren.
Mijn al gebroken hart deed nog meer pijn toen we haar daar achterlieten, maar een stemmetje in mijn hoofd fluisterde dat ze in goede handen was.

En plots besef je hoe vergankelijk alles is. Hoe dat wat je altijd heeft beschermd, je veilige plek, kan verdwijnen als een zandkasteel bij hoogtij.
Hoe je alle spulletjes waar je iets om geeft, al hebt afgegeven in je hoofd toen je hoorde dat je kamer in brand stond – op een bepaald moment dachten mijn ouders zelfs dat heel het huis verdwenen zou zijn.
Hoe de kat, het lid van de familie dat te weinig aandacht kreeg, plots tussen leven en dood zweeft. En hoe je wenst dat ze terugkomt, dat ze bij je blijft, zodat je die verloren tijd recht kan zetten.

Alsof die brand alleen een waarschuwing was, bleef de materiële schade beperkt. De kat kwam deze week terug thuis met windels om haar drie poten en het verloren konijn bleek zich tussen de schoenen in het rek te hebben verstopt.

Achteraf gezien had het ook heel anders kunnen lopen. Mijn ouders hadden tien minuten later kunnen thuiskomen. De kat, de konijnen en misschien zelfs de honden zouden overleden kunnen zijn. Mijn kamer kon verdwenen zijn. Het hele huis kon in rook zijn opgegaan. En als de twintig gasflessen bij de buren te laat waren weggehaald, was de hele boel ontploft.

Raar maar waar: ik heb uit deze brand geleerd.
Ik heb geleerd dat ik te weinig in het moment leef, nog te weinig geniet van alle kleine dingen. Dat ik teveel tob en te weinig lach om problemen die heus niet zo onoverkomelijk zijn als ze lijken. Dat ik mezelf soms te serieus neem. En dat alles, echt àlles, wat ik vandaag als vanzelfsprekend zie er morgen niet meer kan zijn.

Iedere dag is een frisse start en een nieuw avontuur, ongeacht waar ik ben of waarmee ik worstel. Ik kan alleen maar dankbaar zijn voor de mensen en dieren die dat avontuur met mij willen delen. In plaats van boos op ze te zijn of te willen dat ze anders waren dan ze waren, kan ik ze onvoorwaardelijk lief hebben. Want liefde moet je zonder voorbehoud geven. Het kan immers élk moment gedaan zijn. Dat is een pijnlijk, hartverscheurend inzicht, maar het is de sleutel tot het leven.

Aan iedereen die dit fantastische avontuur met mij deelt: bedankt, ik hou van jullie. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s