De kleur van mijn muts

Alleen zijn op plekken met veel mensen heeft iets. Dan ben je pas echt van jezelf. Op de avond voor kerstavond spreek ik af met een vriendin in het Winterdorp van Brasschaat. Het ligt maar op twee minuten lopen van mijn werk, dus ga ik er alvast heen. Het duurt nog drie kwartier voor mijn afspraak arriveert. Ik weet niet precies waarom ik vroeger ben gegaan: de nood aan eenzaamheid of het feit dat ik altijd van de sfeer rond kerst heb gehouden. Waarschijnlijk allebei. Niets maakt mij blijer dan een avond met kerstlampjes in bomen, op daken en boven straten, waarop je neus rood is en je wangen prikken van de kou. Vraag me niet hoe, maar zo’n avonden herinneren me eraan dat ik leef.

Ik slenter langs groepjes mensen die gezellig kletsend van een beker glühwein nippen, en af en toe hun handen over elkaar wrijven om ze weer warm te maken. Ik haal warme chocomelk en stop bij een gasbrander om rond te kijken.

Ik zie een bejaard koppel, waarvan de woorden met de jaren zijn afgesleten. Een groep meisjes werpt ieders om beurt een zijdelingse blik op de jongens achter hen, die een goedkope fles wijn doorgeven en het lonken van de meisjes niet eens opmerken. Iets verderop leert een opa zijn kleinzoon schaatsen. Oma fotografeert hen enthousiast met haar smartphone waar ze nog niet zo goed mee overweg kan. Een blond jongetje valt en glijdt een eindje over het ijs. Zijn moeder boeit zich op over zijn nieuwe broek die vol sneeuw hangt, en nu waarschijnlijk in de was moet. Een ander kind schaatst de hele tijd alleen. Af en toe draait hij een halve pirouette, waarna hij zijn evenwicht even moet hervinden. Of hij zet zijn ene schaats krampachtig over de andere. Ik herken de kunstjes die ik vroeger zelf uithaalde. Ik kijk hem glimlachend na wanneer hij achter de tentoongestelde Landrover in het midden van de baan verdwijnt, en na een paar seconden op de rode, versleten schaatsen van het winterdorp langs mijn neus zoeft.

Het fijne aan deze avond is dat niemand acht op mij slaat. In feite slaat niemand acht op iemand. Of er nu een groep meisjes voorbij komt gelopen, of een vrouw alleen: het verschil zit slechts in de kleur van hun mutsen. Het is pas wanneer je alleen bent dat de dingen tot leven komen. Plots vertelt een serviet met een vlek op een verhaal, of wilt een kap in het ijs iets zeggen. Alleen maar omdat je de tijd hebt om ernaar te luisteren. Alles vertelt verhalen. Iedereen schrijft zijn eigen boek. Dat is hoe het gaat. Verhalen zijn wat dit allemaal bij elkaar houdt. Wat ons bij elkaar houdt. Kerstmis is zo’n verhaal.

Het is op een vreemde manier ontroerend. Gillende kinderen, ouders die hun vermoeiende werkweek tegen elkaar vertellen, de barjongen die in mijn buurt blijft rondhangen om te kijken wat ik aan het typen ben. Ja, het is echt ontroerend hoe wij bij elkaar warmte zoeken. Als jongen bij hun moeders. Het is zo echt. Als je even de tijd neemt om te kijken, al is het maar naar de blik van een vader naar zijn dochter, dan zie je het. Er hangt een soort liefde die een planeet uit zijn baan kan halen, of die duizend sterren kan doen ontploffen. Liefde als de pit van een mango, als het ijzer in het midden van de aarde. Liefde zo zacht als de lichtroze kleur van mijn muts, die mij heel de avond warm zal houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s