Als een prinses in een sprookje

‘Moesten jullie niet al lang in Eindhoven zijn?’ Het is half zeven ’s ochtends en Peggy, de moeder van Yoni, staat aan ons bed. Yoni wrijft slaperig in haar ogen.
‘Waarom?’ kreunt ze. ‘Wat is er in Eindhoven te doen?’
‘Jullie vliegtuig naar Budapest misschien?’
Yoni schiet overeind. ‘Hoe laat is het?’
Ze kijkt me paniekerig aan maar ik ben nog niet wakker genoeg om te registreren wat er aan de hand is. Ze zucht en loopt weg. We zouden om vijf uur opstaan, zodat we rond zes uur op het vliegveld konden zijn. Maar daar dacht het leven heel anders over: niemand in het huis had de wekker horen afgaan.

Binnen de tien minuten sta ik beneden. Peggy heeft snel twee ontbijt-pakketjes voor ons gemaakt, zorgvuldig ingepakt met aluminiumfolie. Yoni’s vader staat klaar aan de deur om te vertrekken. Plots horen we luid gebonk. We zien Yoni’s koffer halverwege de trap verschijnen. Yoni volgt daarna.
‘Dat kon er ook nog bij,’ zucht Peggy. ‘Oh nee, volgens mij is ze aan het huilen.’
Op Yoni’s gezicht ligt een uitdrukking van schaamte, gemengd met amusement. Wanneer ik zie dat ze geen ernstige letsels heeft opgelopen, doe ik mijn best om mijn lach in te houden. Yoni’s vader draait met zijn ogen en pakt de koffer van de trap.
‘Het komt wel goed,’ fluister ik zacht tegen Peggy. Ze lijkt me niet te horen. Yoni trekt snel haar schoenen aan en we stappen in de auto. Onderweg is het stil.
‘Hebben we ons al online ingecheckt?’ vraag ik.
‘Nee, dat mocht pas een half uur op voorhand. Maar we zullen het nu doen.’
Ze vist haar telefoon uit haar tasje.
‘Roxanne?’
‘Ja?’
‘We kunnen ons niet meer inchecken…’
‘Geef eens.’ Ik steek mijn hand uit naar haar mobiel. Ze heeft gelijk. Online-inchecken kon tot drie uur voor vertrek. Ik reken uit hoeveel tijd we hierdoor verliezen, maar vertrouw erop dat we het vliegtuig halen. Ik weet dat dingen niet zomaar gebeuren. De reden voor onze vertraging zou nog wel duidelijk worden.

Om kwart voor acht zijn we in Eindhoven. We moeten 35 euro betalen om te vergoeden dat we niet online zijn ingecheckt. Daarna verloopt alles vlot. Om kwart over acht zijn we door de douane, en hebben we zelfs tijd over. Nog een uur voor ons vliegtuig vertrekt. Dit was dus de reden voor de vertraging vanmorgen; omdat de vlieghaven van Eindhoven zo klein is, is een uur op voorhand aankomen meer dan genoeg. We zouden alleen maar uren hebben zitten wachten.

Wanneer het vliegtuig opstijgt, knijpt Yoni haar ogen stijf dicht. ‘Ik vind dit altijd zo eng,’ zegt ze.
Al snel val ik in slaap. Na twee uur word ik precies op tijd wakker voor de daling. Yoni toont me al lachend een foto van hoe ik zonet aan het slapen was.
We vinden onze Bed&Breakfast niet meteen. De taxibestuurder zet ons af bij een pand met een nogal vervallen gevel. Nergens staat aangegeven dat dit onze verblijfplaats is. Links van ons bevindt zich het parlement: een prachtig, Gotisch gebouw met hoge torens en rode daken. Na een tijdje zien we een klein, bijna onzichtbaar kaartje op diezelfde gevel waarop de naam van onze B&B staat. We worden verwacht op de zesde verdieping. De lift is oud, alsof hij elk moment kan stilvallen.

Een lieve jongen die zich voorstelt als Alex komt ons begroeten. Zijn tanden staan teveel naar voor, wat hem iets dom geeft. De zesde verdieping is omgetoverd tot een Penthouse. We krijgen onze kamer te zien, daarna een rondleiding die eindigt op het dakterras dat uitzicht biedt op de hele stad. Het lijkt wel een sprookjestafereel. Een bergachtige landschap met huisjes, kastelen en metershoge basilieken. En dan de Donau, die Budapest verdeelt in twee stukken: Buda en Pest.
We lunchen in een bloemenzaak die ook dient als restaurant. Daarna neem ik mijn kaart bij de hand. De onafgesproken regeling tussen Yoni en mij gaat als volgt: zij rekent de forint om naar euro en maakt foto’s, ik doe de navigatie. Eerst gaan we naar de Szent Istvàn Bazilika, één van de bekendste kerken uit Budapest. Op de top genieten we van een prachtig panorama.

Om vijf uur hebben we afgesproken met Màtè, een Hongaarse jongen waarmee ik tijdens de Camino de Santiago veel heb opgetrokken. Hij neemt ons mee naar een bekende, gezellige pub waar we zonder meer een halve liter bier voor onze neus krijgen. Hij vertelt dat deze pub iconisch is voor Budapest. Kinga, een andere Hongaarse van de Camino, sluit zich bij ons aan. Het is erg fijn om ze nog eens te zien, alsof er niets is veranderd. Rond half negen begint mijn buik te grommen. Màtè schijnt er geen last van te hebben. Op de Camino was dat ook al zo: om geld te besparen at hij één keer per dag. De rest van de tijd dronk hij koffie met veel melk en suiker. Ik daarentegen, ontbeet soms drie keer.

Màtè stelt voor om ons naar zijn favoriete plek in Budapest te brengen. Kinga heeft nog een andere afspraak. Na een half uur komen we aan bij de voet van de Gallert heuvel.
‘Volg mij,’ zegt Màtè en hij begint in een snel tempo te klimmen. Ik werp Yoni een veelbetekenende blik toe. Màtè zal niet meer stoppen tot hij de top van deze heuvel heeft bereikt, dat weet ik. We sjokken achter hem aan. Mijn avondmaal komt bijna terug boven. Na een half uur stijgen zonder pauze, bereiken we een reusachtig beeld.
‘Dit is het Vrijheidsbeeld,’ zegt Màtè. ‘Het staat symbool voor zij die hun leven hebben gegeven voor de onafhankelijkheid, vrijheid en welvaart van Hongarije.’
Vanaf hier ziet Budapest eruit als een oude tekening van een stad waar koningen regeerden en koetsen het volk vervoerden. Het lijkt onwerkelijk met die bruggen, de Donau en de lichtjes… Ik ben hier nog maar een dag, maar vind deze stad nu al leuk. Budapest wordt ook wel het zusje van Wenen genoemd. En Wenen had mijn hart al gewonnen…

De volgende ochtend vraagt Alex of we goed hebben geslapen. Er was nogal veel geluid vannacht, dat blijkbaar afkomstig was van de lift. We zeggen van wel, maar hij stelt alsnog voor om ons een andere kamer te geven. Wanneer hij de kamer laat zien, is de keuze snel gemaakt. Deze is dubbel zo ruim, erg chique en heeft een terras. Volgens mij is dit een suite. Daarna vraagt hij of we graag eitjes willen bij het ontbijt. Niet veel later serveert hij ons een zachtgekookt eitje waarvan hij de bovenste schilletjes heeft afgepeld.

We vertrekken naar het Széchenyibad: het grootste medicinaal kuuroord van Europa. We worden meteen begroet en begeleid door een vriendelijk meisje. Het valt op dat de bevolking van Budapest extreem behulpzaam is. De kledingcabines zijn nog van het soort waarin je je spullen achterlaat. Een oude dame scharrelt rond om cabines te openen en weer te sluiten met een pasje. Het badhuis ruikt sterk naar zwavel. Daarom gaan we eerst naar het buitenbad, waar we blijven tot het tijd is voor onze massage. Zelfs met een plannetje in de hand lopen we twee keer verkeerd. We belanden in een gang met kleine kamertjes en massagetafels.
‘Zo meteen gaan ze ons opsluiten en ontvoeren hé,’ zegt Yoni. Ik vind het hier ook niet erg prettig, dus gaan we verder op zoek. Ik vraag de weg aan twee oudere mannen in witte kleding, die zeggen dat we op de juiste plaats zijn aangekomen. Ze nemen ons mee naar de massageruimte. Yoni kijkt me verschrikt aan. Het is niet moeilijk te raden wat ze denkt. Desalniettemin is het een erg fijne en professionele massage.

Na het kuren lunchen we buiten, gaan we iets drinken om op te warmen en besluiten we daarna om te gaan schaatsen. De schaatsbaan is niet ver. Achter ons bevindt zich het indrukwekkende Heldenplein, dat wordt gekenmerkt door zijn iconische beelden van voormalige Hongaarse leiders. Voor ons ligt het Vajdahunyad kasteel. De piste is groot, de schaatsen scherp en het ijs vrij van putjes en bulten. Door het samenspel van de omgeving, de schaatsbaan en mijn gemoedstoestand voel ik me net een prinses die in haar achtertuin aan het schaatsen is.

Het merkwaardige aan deze reis is dat wij niet veel plannen, maar dat de dingen net voor ons worden gepland. Alles verloopt vlekkeloos, plots kan ik kaartlezen en wordt bewezen dat ik wél over ruimtelijk inzicht beschik. Het voelt alsof er deze week geen fouten worden gemaakt. Alsof er voor ons wordt gezorgd. Alsof het leven heel erg veel moeite doet om ons een onvergetelijke reis te bezorgen. Alles wat wij moeten doen is vertrouwen. Als dat geen onvoorwaardelijke liefde is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s