Wegrennen

Aankomen in Nepal was op zijn zachts gezegd een schok. De kleine, schattige vlieghaven had ik verwacht, maar de chaos en de mannen die je persoonlijke ruimte weigeren te respecteren niet. Er staat één vrouw tussen die mannen te wachten aan de uitgang van de vlieghaven. En laat dat nu net de vrouw zijn die mij komt ophalen. Nadat we nog twee andere vrijwilligers hebben opgeladen, vertrekken we in een busje – want de voorziene auto was te klein voor ons allemaal – naar wat mijn huis voor de komende week zal worden: de Green Lion residentie.

De Nepalese baan is een mengeling van kriskras door elkaar rijdende auto’s, honden die zomaar oversteken en asfalt dat zijn naam ver van waardig is. Op sommige momenten lijkt het net alsof ik een kleine aardbeving meemaak, zo hard gaat de wagen tekeer. Een tegenligger op een smal stuk weg? Waar wij een stukje achteruit rijden om de andere auto door te laten, rijden zij er gewoon voorbij. Het scheelt maar een haar of de zijspiegels van beide partijen liggen aan diggelen op de grond. Een auto vlak voor die van ons? Denk maar niet dat ze op voorhand een beetje remmen. Ik houd mijn hart echt vast. Langs de weg zie je niet alleen massa’s mensen, ook geïmproviseerde kraampjes zijn talrijk aanwezig. Van kleding, fruit en groenten tot verse vis. Nu ja, vers….

Tijdens het rijden houd ik een trui voor mijn neus, ik vrees ervoor dat mijn longen Nepal anders niet overleven. De bestuurder zelf schijnt niet veel van de uitlaatgassen te merken. Hij blijft tijdens de hele rit zo koel als een kikker. Mijn ogen worden steeds groter: dit lijkt niets op wat ik gewend ben. Van dat georganiseerde wegennetwerk bij ons is hier niets terug te vinden. Plots besef ik dat het mijn originele plan was om Nepal op eigen houtje te verkennen. Ik prijs mezelf meer dan gelukkig dat ik dat niet heb gedaan. Ik voel me alles behalve veilig als vrouw alleen. Hiermee vergeleken was de Camino een sprookje. Dit is dus de wijde, niet altijd even vriendelijke wereld waar de grote mensen het steeds over hadden.

The Green Lion residentie is net een groot studentenhuis. Veel jonge mensen, waaronder veel Nederlanders en vrouwen, hebben hier hun intrek genomen. Iedereen is er om eigen redenen. De ene gaat werken in een ziekenhuis, de ander doet antropologisch onderzoek. Ik ben nog niemand tegengekomen die ook gaat lesgeven in het monnikenklooster van Pharping. Er is geen warm water hier, maar wel een toilet waarin je geen toiletpapier mag gooien. Blijkbaar doet de Nepalese bevolking niet aan toiletpapier, maar aan de linkerhand.

Gisteren op het vliegtuig keek ik uit het raam naar voorbijkomende zeeën, woestijnen en bergketens. De uitzichten waarvan ik al droom sinds mijn kindertijd. Maar ik voelde tot mijn verbazing niet de blijdschap waarop ik had gehoopt. En wel hierom: het is heel fijn om de wereld rond te reizen, en om mensen en culturen te leren kennen, maar het is niet helemaal zoals iedereen het zich voorstelt.

Ik stelde me de vraag die alle reizigers zich op een bepaald moment stellen: Waarom ben ik hier? Ik dacht altijd dat ik anders was dan de mensen die vluchten van hun leven. Maar ik ben niet anders, realiseerde ik me toen. Thuis was het nooit genoeg, ik was al van kinds af aan op zoek naar meer. Dit kan het toch niet zijn, dacht ik telkens. Maar ‘dit’ was het al die tijd wel. Ik ben aan het wegrennen van het leven! besefte ik met een schok. Het leven dat ik altijd zo graag wilde leven. Het leven dat niet helemaal ligt niet in het zien van de wereld, maar in de wandelingen die ik iedere dag maak door het bos, in de zachte ogen van mijn hond, in de ruzies met mijn gezin, in op bed liggen met mijn vriend, onze hoofden dicht tegen elkaar, gewoon zachtjes pratend. Misschien is dat voor mij wel het werkelijke avontuur: mezelf durven blootstellen aan anderen, werkelijke connecties durven aangaan. Een simpel, gewoon leven dùrven leiden. De angst om ongelukkig en wanhopig, om ‘zoals de meeste volwassenen’ te worden, kunnen loslaten.

Hoe ver ik in mijn leven ook reis, wat ik ook zal zien en meemaken… Het gevoel van rust en voldoening waarnaar ik zoek, zijn in geen enkel land te vinden. En met dat besef is een groot deel van wie ik dacht te zijn overkop gegaan. Wat zou ik nu graag sorry zeggen. Tegen mijn vrienden, familie, ex-vriendjes, leraren… Het spijt me dat ik het jullie kwalijk nam dat jullie mij niet begrepen. In wezen begreep ik jullie niet.

Als ik niet op dat vliegtuig naar Nepal, en een paar maanden eerder naar Spanje was gestapt, had ik dat nooit zo snel beseft. Reizen is fantastisch, maar gelukkig zijn op één vaste plek, is dat nog veel meer. Ik zou nooit gelukkig zijn geweest in mijn verdere leven, als ik hier nu niet had gezeten. Laptop op schoot, omringd door vrijwilligers in de enige kamer met Wi-Fi, en met een brede glimlach om mijn lippen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s