Miss, finish!

Van zodra ik de klas binnenkom, gaan de jongens van de eerste graad voor hun bank staan. ‘Goodmorning miss,’ roepen ze in koor. ‘Goodmorning,’ zeg ik glimlachend terug. Aangezien ze alle leerstof uit hun Engelse handboek al hebben gezien, vraag ik wie er zin heeft om te tekenen. Ze beginnen alle vier te stralen, en opgewonden te knikken. Ik deel papier, potloden, gommen, stiften en pandakrijt uit, en stel voor om met het thema fruit te beginnen, kwestie van de les toch nog binnen het kader Engels te houden.

De eerste paar minuten gaat de onverdeelde aandacht naar de gommetjes in de vorm van dieren. Daarna gaan de jongens aan de slag met het tekenen van een tros bananen. Wanneer ze aan het werk zijn, vraag ik hun naam en leeftijd. Lungtok, het jongetje waarvoor ik gisteren zelfs nieuwe oefeningen moest verzinnen, is dertien. Tsultrem is een erg stille leerling, die veel moeite heeft met de Engelse taal. Het gebeurt dat hij je gewoon aanstaart wanneer je een vraag stelt. Hij is elf. Jinpa is zestien en duidelijk getalenteerd. Hij werkt met schaduwen en kleurovergangen, en begint uit eigen initiatief bloemen, mango’s en de Hello Kitty die op mijn pennenzak staat te tekenen. Thiley is twaalf en heeft een guitige blik in zijn ogen. Hij staat graag in de belangstelling en doet niets liever dan kattenkwaad uithalen. Maar zelfs hij is nu niet van zijn bank weg te krijgen.

Wanneer ik een doosje waterverf tevoorschijn haal, weet Lungtok niet waar hij het heeft. Hij wil zo graag schilderen, dat ik vermoed dat hij nog nooit een verfdoos heeft vastgehad. Het maakt me echt blij om hen zo gelukkig te zien. Volgens mij wordt er niet veel met hen getekend. In mijn ogen is de creatieve ontwikkeling van een kind, net zo belangrijk als de cognitieve of de sociale. Daarom besluit ik om morgen weer tekenles te geven.

Na veertig minuten is de les al voorbij. Zonder dat ik iets moet vragen begint het viertal de penselen schoon te maken, de tafels af te kuisen en de potloden te scheiden van de stiften. Ze leggen de tekenspullen braaf op mijn bank, bedanken me voor de les, en lopen dan naar buiten om te spelen.

‘Do you want to play basketball, miss?’ roept één van de monniken. Ik sluit me aan bij de groep van ongeveer vijftien jongens, en krijg de bal een paar keer toegeworpen. Mijn eerste schot is meteen een voltreffer. Ik krijg een paar goedkeurende blikken toegeworpen. Mooi, nu kunnen de rest van mijn worpen in vrede missen.

Plots komt de man met de gele tand naast me staan. Dit keer onderneemt hij meteen actie: hij vraagt naar mijn Facebook, zodat we contact kunnen houden. Gelukkig begrijpt hij niets van mijn volledige naam.
Dan zegt hij dat hij me zal missen wanneer ik weg ben dit weekend, en vraagt hij of ik een wandeling wil maken. Daar bedank ik vriendelijk voor.
Later die dag klopt hij op mijn kamerdeur, om te vragen of ik een oplader voor hem heb. Die geef ik, maar hij lijkt niet van plan om weg te gaan. Weer vraagt hij of ik zin heb om een wandeling te maken. Ik antwoord snel dat het te koud is, en dat ik nog heel veel te doen heb. ‘So…’ zegt hij met een dromerige blik in zijn ogen. ‘What to do now?’
Wat moet ik daarop reageren? Zodra hij mijn aarzeling merkt, gooit hij het over een andere boeg.
‘How would you feel about having two boyfriends?’
Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘I would never do that,’ zeg ik. ‘Would you?’
‘I don’t know,’ zegt hij oprecht gekweld. Dan begint hij over zijn vriendin. Als ik het me goed kan herinneren, heeft hij gisteren nog gezegd dat hij die niet heeft. Hij vertelt het volgende: zijn vriendin is bijna veertig, woont in Tibet en ze zijn al bijna drie jaar samen. Het enige probleem is dat hij haar nog nooit heeft gezien. Ze houden dus contact via Whatsapp.
Wanneer hij hun chatberichten trots laat zien, zie ik dat zijn vriendin onder de naam ‘Sis’ in zijn telefoon staat. Ik vraag of ze werkelijk zo heet. Zijn blik wordt er één van paniek. ‘No, but I used to call her sister before we started a relationschip…’
Hij trekt een pruillip. ‘But she isn’t beautiful like you. And she is old… Look.’ Hij laat me een foto van haar zien – een perfect normale, Nepalese vrouw – en begint dan door te scrollen. Ik word getrakteerd op selfies, bloemenperken, en een filmpje waarvan ik de inhoud liever niet ken. Daar excuseert hij zich dan ook beleefd voor.
‘Goodnight,’ zeg ik wanneer ik er zo stillaan genoeg van krijg. ‘I am going to call my  boyfriend.’ Dat laatste woord benadruk ik extra.

De derde les vandaag geef ik ook alleen. De tweede graad mag kiezen tussen de basisbeginselen van het Nederlands, en tekenen. Natuurlijk gaat iedereen voor de tweede optie.
Het is fantastisch hoe je de persoonlijkheid van een kind weerspiegelt ziet in de manier waarop ze hun materialen kiezen, hoe ze zitten, wat ze kiezen om te tekenen. Eén monnik neemt bijvoorbeeld veel kleurtjes mee naar zijn tafel en tekent uit het hoofd. De andere begint vastberaden aan een berglandschap, en nog een tekent een afbeelding van Stampertje bijna perfect over. ‘Miss, finish!’ roepen ze telkens wanneer ze een tekening hebben afgemaakt. Die kunstwerkjes hang ik dan aan de muur. Een paar kinderen staan erop hun tekening aan mij te geven. Ik krijg die van Stampertje, een tekening van een kleurend kind, en een kunstwerk met een aapje en een tijger waarop staat: ‘This is for you Roshani. Ram.’ Hoe lief! Zelfs wanneer de les gedaan, is blijven de meeste kinderen doorwerken. Ik blijf dan maar een uurtje langer dan gepland.

Ik heb pindakaas, flessen water en bananen gekocht in het dorp beneden, dus het ontbijt vanmorgen was best smakelijk. Door de medicijnen die de hoofdmonnik me heeft gegeven voel ik me al een stuk beter. Wat een sterk spul is dat! Tegen de blaffende honden en de gong zijn er oordoppen, en ik heb geen spinnen of mieren meer in mijn kamer gezien.
Het is ook nooit in me opgekomen dat bepaalde dingen die er tijdens deze reis zijn gebeurd, slecht waren, of niet mochten gebeuren. Zo werkt het leven in mijn ogen niet. Wanneer ik iets onplezierigs of onverwachts meemaak zoals mieren in het bed, zie ik dat niet als een straf. Ik vraag me af waarom het zou gebeuren. Ik stel mezelf de vraag of er misschien iets is wat ik van die mieren moet leren – écht leren.

Vanuit mijn perspectief zijn er geen toevallige of chaotische gebeurtenissen, geen wantoestanden. Er zijn alleen maar dingen die ik heb begrepen, of die ik niet heb begrepen. En zo lang het tweede geldt, zullen dezelfde soort gebeurtenissen zich blijven herhalen.

Ik heb in mijn blogs misschien nog niet genoeg benadrukt hoe dankbaar ik ben voor deze reis en alles wat er op mijn pad is gekomen. Hoe dankbaar ik ben voor het leven in het algemeen.
Een enge spin of een motor die me bijna omver rijdt, zullen misschien als eerste reactie angst, woede of twijfel uitlokken. Maar wanneer ik over die eerste schok heen ben en alles in perspectief bekijk, is mijn antwoord op een gebeurtenis hetzelfde, namelijk dankje.
Het is altijd dankje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s