Geen beter moment dan nu

Afgelopen week liep het lesgeven al ten einde. Woensdagochtend, tijdens een ontbijtje van tortilla-brood met pindakaas laat ik mijn gedachten over deze reis de vrije loop. In mijn hart weet ik dat ik klaar ben in Nepal. Nog langer blijven zou betekenen dat ik op hetzelfde punt blijf als nu. Ik moet verder. Wat ik moest leren is geleerd, wat ik moest ervaren is ervaren, wat ik aan de kinderen moest geven, is gegeven en wat ik moest loslaten, is losgelaten. Daarnaast sluit het klooster eind november, en is het moeilijk om op een zinnig en eenvoudig lesonderwerp te komen dat de kinderen nog niet hebben gezien.

De laatste lesjes brengen de kinderen en ik dan ook tekenend en schilderend door. Zowel Louis als de monniken hebben me doen inzien hoe leuk ik kinderen vind, en hoe gemakkelijk het is om een band met hen te scheppen. Vandaag gaan we stoepkrijten. Samen tekenen we een hinkelspel, een zon en een sterrenhemel. In de namiddag krijgt de eerste klas computerles. Ik help Tsultrem een handje. Het is ontwapenend om te zien hoe weinig ervaring hij heeft met elektronica. Tsultrem en ik hebben en onuitgesproken overeenkomst: hij beantwoordt mijn vragen, ik dicteer hoe hij die antwoorden moet typen. Op de vraag: ‘wat vind je leuk?’ zegt hij zonder aarzeling: beans. Ik weet niet zo goed wat ik hiermee moet. Bedoelt hij nu dat dat zijn lievelingseten is? Of dat hij graag aan tuinieren doet? Hij blijft maar herhalen hoe leuk hij bonen vindt, en haalt er dan eentje uit zijn rode omslag. ‘Bean,’ zegt hij trots. Na veertig minuten tokkelen krijgen we een tekstje dat er ongeveer zo uitziet:

My name is Ngawang Tsultrem and I am 13 years old. I like basket, football and ping-pong. I live in Pharping, in a monastery. I am a monk. Six people sleep in my room. My friend is Kalden, he is part of class 2. I like the monastery. I like beans and pumpkin. It is my favourite food. I don’t like English.

Na de les ga ik naar klas twee. Ik heb een wereldkaart bij me en ben van plan om een les aardrijkskunde te geven. Volgens de monniken ligt Europa in Brazilië, de USA in Alaska en grenst Nepal aan Rusland. ‘Miss, are you leaving?’ vraagt een leerling. Ik leg uit dat ik weer naar België ga, en Ram – het kind dat me eerder die mooie tekening gaf – lijkt oprecht teleurgesteld dat mijn tijd bij hen er al op zit. Misschien heb ik dan toch een verschil gemaakt, al is het maar voor dit ene kind. En voor Louis, die terug in de Green House meteen op me afrent. ‘Colours!’ roept ze. Later vertelt haar mama dat Louis een bijnaampje voor me heeft bedacht: didi, wat Nepali is voor grote zus.

De volgende dag vertrek ik vroeg naar de luchthaven. Ik heb een raar voorgevoel. Door de dingen die voorvallen, lijkt het alsof het leven me alvast een hint probeert te geven: heb vertrouwen. Ik had toen al moeten weten wat voor dag het zou worden…

Mijn vlucht zou om half negen gaan, maar we stijgen pas op om elf uur. Het vliegtuig landt op Dubai rond half twee, maar voor ik in de departure hall kom, zijn er drie kwartier voorbij. De terminal voor Amsterdam is aan de andere kant van de enorme vlieghaven, en mijn vliegtuig begint te boarden om half drie. Dit is foute boel… ‘Het zal de volgende worden,’ zegt een man, die ook naar Amsterdam moet. ‘Vandaag toch?’ vraag ik bezorgd. Hij haalt zijn schouders op. Een tijdje later krijg ik te horen van een duidelijk gestresseerde dame, dat ik het vliegtuig inderdaad niet meer op mag. Vandaag zijn er geen andere vluchten meer naar Amsterdam, dus moet ik een nacht in Dubai blijven. Ergens fluistert een stemmetje in mijn achterhoofd dat ik vertrouwen moet hebben. Na een tijdje ben ik over de eerste schok heen, en vind ik de hele situatie best vermakelijk. Het helpt dat er nog mensen zijn die een nacht moeten blijven. Wanneer ik in mijn super luxueuze hotelkamer kom, die volledig betaald wordt door Emirates, geloof ik mijn ogen niet. Ik voel me zelfs een beetje ongemakkelijk. Het is alsof ik van het ene uiterste naar het andere ben gegaan.

Deze reis was uitdagend, bijzonder en desillusionerend. Veel van mijn geromantiseerde droombeelden zijn kapot gegaan, zoals een schip dat uitvaart en niet alleen een deel van zijn lading, maar ook een stuk van zichzelf verliest.

Ik ging bijvoorbeeld naar een boeddhistisch klooster in de hoop iets te leren wat ik nog niet wist. Eenvoudig gezegd komt het boeddhisme neer op: lijden bestaat. Hoe ontsnap ik daaraan? Uitgewerkt wordt dat: lijden wordt veroorzaakt door verlangen, en het is de bedoeling om aan dat lijden te ontkomen door je verlangens te verwerpen. Accepteer wat is, dan bereik je het nirwana. Maar als je dat vertaalt krijg je: lijden bestaat, ik wil dat lijden niet voelen. Ik verlang ernaar om vrij het lijden te zijn. Ik accepteer niet wat is. En zo is de cirkel rond. Zo houden we onszelf in slaap. Het begrip nirwana betekent letterlijk: het doven van het vuur. En wat is er net essentieel als je wil wakker worden? Een vlammenzee. Dààrom bereikt 99% van de boeddhisten nooit het nirwana.

Tot drie weken geleden was ik een slaaf van mijn bijna obsessieve behoefte om te reizen. Ik leefde continu met het idee dat er iets anders moest, dat mijn leven niet helemaal was zoals ik het wou. Die ontevredenheid is de motor waarop alles draait. We streven naar macht en rijkdommen, tegelijk naar vrijheid en geluk, we reizen de wereld rond op zoek naar iets wat we al lang hebben, en zoeken ons leven lang naar een onvindbare liefde. Maar wat we ook bereiken, we zijn nooit voldaan. En zo brengen we ons leven door in een glazen doodskist.

Ik heb het leven altijd ten volle willen leven, maar had niet het gevoel dat ik daarin slaagde. Omdat ik altijd op zoek was naar iets anders dan wat er was. Daarom had ik het gevoel onecht en in slaap te zijn. Ik had illusies, maar niet de werkelijkheid. Pas toen ik het allemaal losliet, begon ik wat er op mijn pad kwam te ontmoeten in al zijn authenticiteit.

Ik heb reizen niet meer nodig. Ik ben er niet meer afhankelijk van. Het is eerder een soort van passie geworden, iets wat ik gewoon graag doe. Ik ben nu eenmaal niet geboren om me te laten kooien. Maar mijn rol van zoeker-naar-iets-anders-dan-wat-er-is, is uitgespeeld.

Bergen zijn weer bergen. Zeeën weer zeeën, en betekenisvolle gebouwen zijn weer – betekenisvolle gebouwen. Ik heb niets meer van ze nodig, dus kunnen ze zijn wat ze zijn: magisch. Er is geen betere plek dan die waar ik ben, en er is geen beter moment dan nu.

IMG_6246

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s